Minnebrieven

 

Na vertrek uit café de minnaar

om weer de prettige chaos van een studentenhuis te aanschouwen
om de nietszeggende vakantiefoto’s met breed lachende vriendinnen
om overweldigend te bluffen met sterke verhalen en wapenfeiten uit mijn tijd
om te ontdekken dat mijn lijf ouder is dan dat van een negentienjarige

om vloog de nacht van duizend en één en veel van hetzelfde

een beetje zeg maar ik lam zij het meisje van de slijterij ofwel de rituele
slager ik het zwijn zij mijn parel ik de aap zij jane die toch liever tarzan
verkiest ik de leeuw zij belle ofwel een hertje ik een oude dronken man
zij een jong ding een aantrekkelijke vrouw met een soort monster
van frankenstein aan haar zij weet ik veel ik was te bezopen

de nacht vloog om

er worden teveel woorden vuilgemaakt aan zoektochten schaduwen
zichtbare mystiek onzichtbaar verlangen en nooit over het kraken
van chips met de tanden en het vermalen ik ga meer gedichten schrijven
over het kraken en vermalen van chips na het vrijen ging mijn licht uit

vloog de nacht om

‘s ochtends gewekt door arbeiders die op het dakterras moesten zijn
vrolijk lachend om mijn onverhulde kater in blote kont
het scharminkelmokkeltje naast me en de gebruikte condooms
voor hen was het ook een vreemd huis

om de nacht vloog de o de o van overheerlijk omvliegende nacht
mopperloos een goddelijke draaikont modderloos

nog één sms-je heb ik van haar gekregen
je wordt geen vader
nog niet
…het begon te stromen

Daniël Dee

Wieners winst

 

Hermans had geantwoord:
U kunt nog veel leren.
Later: Wiener is een talent.

Wij openen de nacht
in Het Paard van Troje.
Ménage à trois.
Een en een is drie.
Bezonken rood kleurt ons gesprek.

De man die schreef:
Ook ik ben een mens,
zij het met tegenzin,
spreekt warmer dan verwacht.
Hij peilt de diepte
van haar glas.

Spilsluizen.
Deemoedig buigen wij.
Burcht van Hermans,
hoekig als hij.

Café De Minnaar.
Hij? Ik? Wij?

Achter een gevel als ieder ander
– maar nu niet meer –
schaken wij – loom ligt ze vrouw te zijn.
De dame valt.
Wiener wint.

Rense Sinkgraven
Rense was stadsdichter van Groningen. Dit gedicht stond in het jubileumboekje van Café de Minnaar.

Minnaar

 

daar
was het
dat ik jou
vond en wist
wat jij ook wist
wat verder niemand wist
hoefde te weten

je hand lag
voorzichtig op mijn been
heel stil
het brandde
dwars door stoffen

daar vond jij mij
en ik vond jou
ook lief

Anja Wassenaar

Café in de Rozenstraat

 

Het verhaal over koeienprenten
die zij kochten bij de boer.
Een boekverkoper geeft een rondje,
de veilingmeester zoent glazen.

De drukte is een zomer op de hoek
van twee rustige straten,
houten tafels onder een boom.

Het lied gezongen door de
cabaretier een blues aan de bar.
Kijk over het terras, een buurtkat
vlucht met kaas in zijn bek,
een dame zoent haar eigen tenen.

Het is woensdag, een avond
buiten het centrum in de oude buurt.

Kasper Peters

Bovenstaande gedichten zijn verschenen in de bundel: Al tien jaar dezelfde Minnaar, in 2006 n.a.v. het tienjarig bestaan van Café de Minnaar.

Onder een Gronings café

 

Het luik is open. Het toont een afgebrokkelde muur en verspreidt een muffe kelderlucht. De bardame daalt de trap af en rommelt in de mysterieuze krochten van het café. Blikken volgen haar, totdat ze uit het zicht verdwijnt en de fantasie het overneemt. Wat zit er onder de planken waartussen het bier sijpelt en de peuken stiekem worden uitgetrapt? De bardame komt altijd boven met lege handen – of hooguit een paar flesjes tonic.

Zelf droomde de barvrouw ooit dat er een orka in de kelder zwom, om onduidelijke redenen gevangen onder een Gronings café. Het leek een vriendelijk exemplaar, lang niet zo dreigend als dat uitpuilende gezicht dat gevangen zit in de muur en je constant verwijtend aankijkt.

Om het luik te kunnen openen, hebben de gasten stoelen en tafels aan de kant geschoven, glazen opgetild en gevallen jassen afgeklopt. Het openen van het luik gebeurt minstens een keer per avond, als een vooraf bepaald moment van herschikking, een welkome breuk in een vastgelopen gesprek, hét moment om rond te kijken. Het luik verleent vrijheid.

Meer actie is er niet. Alleen dat luik. Het café danst niet, vermaakt niet, gokt en flippert al jaren niet meer: het café zit en praat. Er zijn avonden dat iedereen het woord voert, over oorlogsvoering in de oudheid of de twaalfde week van de zwangerschap – dat maakt niet zoveel uit. Andere dagen spreken slechts klaverjaskaarten en puzzelende pennen. De piano gaat zwijgend gebukt onder lampjes, ondefinieerbare objecten en gescheurde dozen met stukgespeelde spelletjes.

Dit café blijft altijd hetzelfde. Het ruikt hetzelfde; hoe hard de afzuigers ook tekeer gaan. Het klinkt hetzelfde; wat de barkeeper ook draait. Het oogt hetzelfde; hoeveel lagen verf de muren ook krijgen. Uiteindelijk wint de berenburg met ijs het hier altijd weer van jägermeister, sherry en zoete witte wijn.

Elke avond gaat het luik open. En daaronder zwemt een vriendelijke orka.

Maaike Borst ©

Kroegkwis

 

Op 22 september was het weer zo ver. In de Minnaar hadden zich om 19.00 tien groepjes verzameld, die zich hadden opgegeven voor de, ik meen alweer derde, kroegkwis. Toen iemand mij de dag daarvoor vroeg hoe dat nou ging en of er publiek bij was en zo, bedacht ik mij dat veel mensen bij het woord kwis natuurlijk allerlei associaties hebben met tv-gebeurens op dit gebied en dat het daarom aardig zou zijn om over het evenement in de de Minnaar iets in de buurtkrant te zetten. Tenslotte is het een buurtgebeuren, nietwaar?

Nou, in de Minnaar is er geen sprake van podium of panel. De aanwezige groepjes namen plaats aan de diverse tafeltjes, waarna per groep een antwoordformulier werd uitgedeeld. Vervolgens las Maartje duidelijk en helder de vragen voor . Na iedere vraag kreeg men even bedenktijd. Er was sprake van drie rondes. Bij de laatste ronde kon de uitslag nog volledig kon veranderen. Na elke ronde las onze voorzitter Klaas Hofstra de antwoorden voor en had men even tijd om een vloeibare versnapering te kopen en ³och² en ³²ach² te roepen over antwoorden die men achteraf toch wel had geweten.

Weet u waarom een zebra zwarte en witte strepen heeft? Weet u wie De Negerhut van Oom Tom heeft geschreven? Weet u hoe de fictieve stad heet, waar de Nederlandse soap ‘Goede tijden, slechte tijden’ zich in afspeelt? enz. Er waren vragen in allerlei categorieen van film tot aardrijkskunde en van muziek tot politiek. Ieder groepje had zichzelf een exotische naam gegeven. Er waren ‘de Wise Guys’, maar ook een groep die ‘Kop d’r Achter’ heette. Ik ben de naam van de winnende groep even kwijt, maar als je bedenkt, dat van de tien groepjes de tweede plaats was voor de groep met 25 punten en de winnende groep ruim 40 punten had, dan is wel duidelijk, dat die er ook met kop en schouders bovenuit stak.

Het geheel duurde een kleine twee uur en het was ontzettend gezellig. Zelf heb ik drie keer meegedaan en iedere keer met hetzelfde groepje. We kijken alweer uit naar de volgende keer. En misschien zijn er nu onder de lezers ook wel mensen die het wel wat lijkt om een keer mee te doen. Ik zou zeggen, hou de aankondiging in de gaten en geef je met een aantal mensen op! Het is in de buurt, dus dicht bij huis en hartstikke leuk om te doen.

Harmke Eisen in ‘Kop d’r Veur’, de buurtkrant van de hortusbuurt

 

Café de Minnaar

Lekker praten, drinken, bijkletsen en gezellig spelletjes doen
Elke dag van 16.00 uur tot in de nachtelijke uurtjes

Café de Minnaar   |  Kleine Rozenstraat 64  |  9712 TN Groningen  
  050 3136717  |  info@deminnaar.nl